Losse dagboek dingen

Het is 13 november 2010 en ineens ben ik in Portugal.
Het lijkt zo stil maar het is best druk hier. Everzwijnen, vossen, slangen, marters, vleermuizen. De vleermuizen uit de schuur onder de rotsen zijn echter niet thuis, wat jammer.
Twee katten op schoot, wijn, een warme kachel.
Geen telefoon en geen internet, ook niet in het dorp. Misschien is het koper weer uit de schakelkast gestolen.

Koude ochtenden. Adem inhouden en heel snel kleren aan. Mist in het dal.
Koffie en kefir met muesli.

Een halve pompoen voor de soep, de andere helft voor Snoop. Pompoensoep met kastanjes is wel een leuke combinatie.

Het is allang donker als de mannen van de houtzagerij met de bestelde vijftig panlatten bovenaan de helling staan. Ze hebben hun bus een heel eind naar beneden kunnen manoeuvreren. Knap.

Lange wandelingen met de hond. Olijfboomgaarden, verbrande bossen, steile hellingen, graniet en leisteen. Weerbarstig land en volhardende mensen. Vriendelijk en gul.

Ik zeg steeds meisjes tegen de vier katers.

Tien kruiwagens hout voor de kachel.
De generator aan voor de wasmachine, van de gelegenheid gebruik gemaakt om camera accu, iPod en twee telefoons op te laden.

Kweeperen schillen doe je ook niet even snel, ze zijn net zo weerbarstig als dit land.

Bacalhau com broa. Zo lekker. Niks nog wat over voor morgen. Op al.

Geen koelkast gekocht en dat was maar goed ook want hij had niet gepast. In plaats daarvan 5 liter tapwijn meegenomen.
Vuursalamanders op het pad naar huis, felgekleurde lijfjes gevangen in het licht van de koplampen.

Anir heeft dik gewonne met carcassonne.

Antony in de cd speler, the crying light. Ja hoor.
Het is best weer laat. Op weg naar mijn bed donder ik bijna van de helling, de maan is veel te groot en schijnt te fel, maar misschien lijkt dat maar zo.

Hoe heten die vruchten ook weer, oranje, rood als ze rijp zijn, als enorme tomaten, ik zeg steeds desperado’s maar dat is niet goed natuurlijk. Zoiets. Met een d. Snoopy vindt ze te gek lekker.

Markt in Seia, broodroosterpannetje en nietapparaat gescoord. Tack! tack! tack! dat is nog-es nieten.

Het leven hier gaat net zo snel als ergens anders en toch ook weer niet.
Het schijnt dat ik morgen hier wegga. Nog 1 keer met een warme kruik de helling op naar mijn slaapplaats.

In Porto hebben ze geen euroshopperport.
Er staan vier bedden in mijn belachelijk grote hotelkamer en nu weet ik niet waar ik zal gaan slapen. Dan nog maar even wakker.

Thuis.
Koud.