De beuk

Hij stond vroeg op om door de bossen te dwalen. Ineens stond hij voor een boom die hij niet kende, een dikke beuk met zijtakken. Hé, hoe komt die daar, wie heeft hem daar neergezet? Nee, het was geen vergissing, hij kende de beuk niet, hij had de boom nooit eerder gezien. Hij voelde es aan z’n stam, de stam was groen en vochtig zoals het hoorde. De beuk bestond echt. De beuk werd behoedzaam omringd door de oneindige dennenbossen, zelfs zo dat hij zich afvroeg waar ze zich mee bemoeiden.
Een week later dwaalde hij opnieuw door de bossen. En onwillekeurig ging hij op zoek naar de beuk. Hier stond ie toch? Of daar? Nee, hier. Hij stond er niet meer, de beuk. Was hij omgehakt en weggehaald? In dat geval zouden er sporen zijn: spaanders of een stronk. Niets van dat al. De beuk was en bleef weg.
Tevreden liep hij verder. Het leek wel alsof hij iemand bedankte.

Armando, Eindelijk

Skin

Tags: