Ik (‘begin nooit een stukje met ik’) hang op de bank en kom tot niks, stel alles uit tot later, luister muziek en heb zin al die witte muren zwart te schilderen.
Dan gaat de telefoon.
Ze vertelt heel rustig hoe mis het is, dat het terug is en niet te genezen. Ze heeft voor de tweede keer pech. “Ik ga nu dus echt alles doen wat god verboden heeft” zegt ze en ze moet lachen.
Een half uur later zit ik nog steeds op die bank en schaam me voor al mijn gedoe.
Flikt het leven haar gewoon nog een keer zo’n gore rotstreek.
Verder is het leeg in mijn hoofd behalve één woord dat zich alsmaar herhaalt.
Godverdómme.

…………………
Dan wordt het even heel erg stil om je heen en weet je niet waar je het moet zoeken….. inderdaad gvd