10
feb 12

De beuk

Hij stond vroeg op om door de bossen te dwalen. Ineens stond hij voor een boom die hij niet kende, een dikke beuk met zijtakken. Hé, hoe komt die daar, wie heeft hem daar neergezet? Nee, het was geen vergissing, hij kende de beuk niet, hij had de boom nooit eerder gezien. Hij voelde es aan z’n stam, de stam was groen en vochtig zoals het hoorde. De beuk bestond echt. De beuk werd behoedzaam omringd door de oneindige dennenbossen, zelfs zo dat hij zich afvroeg waar ze zich mee bemoeiden.
Een week later dwaalde hij opnieuw door de bossen. En onwillekeurig ging hij op zoek naar de beuk. Hier stond ie toch? Of daar? Nee, hier. Hij stond er niet meer, de beuk. Was hij omgehakt en weggehaald? In dat geval zouden er sporen zijn: spaanders of een stronk. Niets van dat al. De beuk was en bleef weg.
Tevreden liep hij verder. Het leek wel alsof hij iemand bedankte.

Armando, Eindelijk

Skin


20
mei 11

Vruchtbaar

De sloten en de waterplanten geuren. Op de lange weilanden grazen koeien. Men maait en men zwaait. De hemel laat de zon volop schijnen. De zwanen rekken hun hals.
Het wordt tijd dat we ons meester maken van deze vruchtbare landerijen, we moeten dat land hoognodig veroveren. Help me herinneren dat we een aanleiding vinden om een aanval te beginnen, want je weet dat ik zoiets vergeet.

Armando, Eindelijk


31
jan 11

Zonder

Aan de overkant staat het geboomte te loeren. De wolken zijn van laag allooi. De vogel vliegt weg. En ik kan nog steeds niet zonder mij.

Armando, Eindelijk


25
jan 11

Lawaai

Ik begrijp er niets van, ik zal je vertellen wat er gebeurd is. Je moet weten dat het hier altijd uitermate rustig was, ik genoot echt van de rust.
Onlangs zat ik op de rand van m’n bed en besefte voor de zoveelste maal hoe stil het was. Plotseling kwam er een enorm lawaai op me af, horen en zien verging me, het gleed langs me en het verdween in de verte. Ik bevond mij op de grond, ik leefde nog, maar om mij heen was het een grote puinhoop. De boeken en het huisraad stonden in lichtelaaie.
Nu wordt van mij verwacht dat ik dit onheilspellende lawaai verklaar, dat ik het bij de naam noem. Ja, daar zit ik met m’n mond vol tanden, want ik kan niet op de naam komen van de boosdoener. Kom, hoe heet ie ook weer. Het is toch onbegrijpelijk dat ik er niet op kan komen?
Nou ja, wat kan het eigenlijk schelen hoe ie heet, hij raasde en hoe. Hij liet een woestenij achter die haar weerga niet kent en ik zit er maar mee.

Armando, Eindelijk


03
jan 11

Gisteren

”t Is vandaag zo hoe heet het?’
‘Morgen niet.’
‘Wat morgen niet?’
‘Dat morgen zoals vandaag is.’
‘Nee, morgen wordt het heel anders.’
‘Gisteren was het ook anders.’
‘Maar gisteren is lang geleden.’
‘Dat vind ik ook.’

Armando, Eindelijk


13
dec 10

Hier

Hé, waar breng je me nou heen, dat is bekend terrein, weet je zeker dat ik hier niet eerder geweest ben, ik zou erop zweren dat ik het hier ken, je houdt me toch niet voor de gek, links staat een rood huisje en rechts is het struikgewas, ja, je kunt het nu nauwelijks zien vanwege de mist, maar in het huisje brandt licht. Heb ik gelijk? Als je goed kijkt kun je het struikgewas een beetje waarnemen. Ik denk dat ik hier al was. Waarom heb je me eigenlijk hier naar toe gebracht, wat moet ik hier doen? O, wachten. Waarop? Je weet niet waarop. Nou, dan gaan we samen wachten, als je maar bij me blijft.

Armando, Eindelijk


06
dec 10

Eenzaam

Je moet niet uitsluitend naar het geweld van de veldslagen kijken, maar ook naar dat van de wolken en de bergkloven. Je moet beseffen oneindig ver weg te zijn van welke vorm van genegenheid dan ook en dat je altijd alleen zal moeten blijven, wat overigens geen reden is om te treuren.
“Wees toch alleen! Ook als u met anderen bent, wees toch alleen”.
Aldus sprak hij tot zichzelf.
“Ken uw eigen geheimen en gehoorzaam, wees alleen en vertrouw niemand”.
Als het nodig was zei hij u tegen zichzelf en in dit geval was het nodig.
Toch had hij allang begrepen dat het helemaal niet zo moeilijk was om alleen te zijn. Eenzaam te zijn, dat was pas echt moeilijk. En daar ging het om: eenzaam te zijn.

Armando, De haperende schepping


30
nov 10

Schrik

Dit is de mens naar wie ik jarenlang op zoek ben geweest. Aanschouw de mens. En terwijl ik net bekomen was van de schrik en ik hem, de mens, plechtig begroeten wilde, was ie verdwenen. M’n hele leven had ik nota bene nodig gehad om hem, die dubbel en dwars een mens genoemd kon worden, te vinden.
Was het slechts een droom? Wist ik het verschil niet meer tussen waan en werkelijkheid?

Armando, Eindelijk


25
jan 07

de rotsen

Iedere keer als ik ze zie, ben ik bang dat ik ze voor het laatst zie, dat ik ze niet meer mag zien. Er zal een dag komen dat ik ze niet meer kan zien. Ze zullen gewoon blijven staan, ze zullen zich niet om mij bekommeren. De werelddelen liggen te ver uiteen. De rotsen zullen me niet missen, maar daar kijk ik niet van op.
Zo zijn ze nu eenmaal, de rotsen.

Armando, voorvallen in de wildernis


16
mei 06

(Niet) pluis

De bloemen, die gingen ieder jaar hun gang. Ze geurden en glommen. Die durfden wel. Ze trokken zich nergens wat van aan.
Is dat pluis?

Armando, De straat en het struikgewas

(eerder gepost in november 2004)